De nieuwe Kantonrechtersformule:
ontslagvergoeding omlaag
Een arbeidsovereenkomst kan worden beëindigd door tussenkomst van een kantonrechter. Afhankelijk van de ontslagsituatie kan een kantonrechter het billijk achten de werknemer een ontslagvergoeding toe te kennen. Een dergelijke ontslagvergoeding is bedoeld als compensatie voor het gemis aan inkomsten (loon, pensioen e.d.) door het vroegtijdig beëindigen van het dienstverband. Om te voorkomen dat de hoogte van een toe te kennen ontslagvergoeding per kantonrechter sterk afwijkt bij identieke ontslagsituaties, is door de Kring van Kantonrechters
in 1996 een formule opgesteld. Deze formule betreft slechts een aanbeveling aan de kantonrechters in Nederland en is overigens niet bindend. In de loop der tijd is de formule veelvuldig toegepast en zelfs buiten het terrein van de kantonrechter. Tijdens onderhandelingen tussen werkgevers en vakorganisaties voor het opstellen van een sociaal plan staat de formule regelmatig model voor de bepaling van ontslagvergoedingen aan werknemers bij reorganisaties.
Op 30 oktober 2008 heeft de Kring van Kantonrechters besloten de bestaande formule aan te passen. Doel van de aanpassingen is onder andere om meer aan te sluiten bij de verbeterde arbeidsmarktpositie van jongeren en om tegelijkertijd de oudere werknemer nog steeds te beschermen. Bovendien heeft de De Kring van Kantonrechters aanbevolen vanaf 2009 meer aandacht te schenken aan bijzondere omstandigheden.
Op 30 oktober 2008 heeft de Kring van Kantonrechters besloten de bestaande formule aan te passen. Doel van de aanpassingen is onder andere om meer aan te sluiten bij de verbeterde arbeidsmarktpositie van jongeren en om tegelijkertijd de oudere werknemer nog steeds te beschermen. Bovendien heeft de De Kring van Kantonrechters aanbevolen vanaf 2009 meer aandacht te schenken aan bijzondere omstandigheden.
De kantonrechtersformule voor het vaststellen van een ontslagvergoeding luidt:
Ontslagvergoeding = A x B x C
Hierna worden de factoren A, B en C kort toegelicht en wordt ingegaan op de gewijzigde aanbevelingen, waarmee vanaf 1 januari 2009 door de kantonrechters wordt gewerkt.
|
'A' :
|
Aantal gewogen dienstjaren. Dit aantal is te berekenen door de dienstjaren te vermenigvuldigen met een leeftijdsafhankelijke wegingsfactor. Eén van de wijzigingen
in de kantonrechtersformulie betreft het naar beneden bijstellen van deze wegingsfactoren en meer differentiatie aan te brengen in leeftijd. De gewijzigde aanbevelingen kunnen worden toegepast voor ontslagsituaties, waarbij het verzoekschrift is/wordt ingediend
op of na 1 januari 2009. Als kanttekening plaatsen wij, dat een bestaand sociaal plan
voor collectief ontslag nog steeds gebaseerd kan zijn op de kantonrechtersformule van
vóór 1 januari 2009.
|
aanbevelingen VOOR 1 januari 2009
|
aanbevelingen VANAF 1 januari 2009
|
|
dienstjaren
|
wegingsfactor
|
dienstjaren
|
wegingsfactor
|
|
tot leeftijd 40
|
1
|
tot leeftijd 35
|
0,5
|
|
vanaf leeftijd 40 tot 50
|
1,5
|
vanaf leeftijd 35 tot 45
|
1
|
|
vanaf leeftijd 50
|
2
|
vanaf leeftijd 45 tot 55
|
1,5
|
|
|
|
vanaf leeftijd 55
|
2
|
Het aanpassen van de wegingsfactoren leidt allereerst tot een verlaging van een ontslagvergoeding voor relatief jonge werknemers. Hier is ingespeeld op het gegeven, dat voor deze leeftijdscategorie de arbeidsmarktpositie de afgelopen jaren sterk is verbeterd. Bovendien leidt de aanpassing tot een algehele verlaging van het vergoedingsniveau voor met name werknemers met een lang dienstverband, dat op jonge leeftijd is aangevangen.
|
|
'B' :
|
Beloning. De beloning wordt uitgedrukt in een bruto maandsalaris te vermeerderen met vaste en overeengekomen looncomponenten, zoals een vakantietoeslag, een dertiende maand en een vaste ploegentoeslag.
|
|
'C':
|
Correctiefactor. Indien de reden tot ontslag in de risicosfeer van de werkgever ligt en verwijtbaarheid niet aan de orde is, is de correctiefactor gelijk aan 1. Is sprake van verwijtbaarheid aan de kant van één van de partijen, dan wordt de ernst hiervan tot uitdrukking gebracht via de correctiefactor. Wordt de verwijtbaarheid toegeschreven aan
de werknemer dan wel de werkgever, dan zal de correctiefactor respectievelijk lager of hoger worden gesteld dan 1. De Kring van Kantonrechters heeft bovendien aanbevolen vanaf 2009 meer aandacht te schenken aan bijzondere omstandigheden, welke tot uitdrukking kunnen worden gebracht in de correctiefactor. Voorbeelden hiervan zijn
de (slechte) financiële positie van de werkgever en een afwijkende arbeidsmarktpositie
van de werknemer. Indien de werknemer tijdens het dienstverband in staat is gesteld zijn kennis bij te houden of uit te breiden versterkt dit zijn arbeidsmarktpositie. Ook een personeelstekort binnen de sector beïnvloedt de arbeidsmarktpositie. Een verbeterde arbeidsmarktpositie kan een reden voor de kantonrechter zijn om de correctiefactor
lager dan 1 te stellen.
Hebt u vragen of wilt u meer weten over dit artikel? Neem dan telefonisch contact op met één van onze adviseurs via 010-4031111 of maak een afspraak.
|
Terug naar nieuws