Door de aanhoudende stijging van de huizenprijzen hebben de huidige
woningen een forse ‘overwaarde’ ontwikkeld. Huiseigenaren bezitten zo
een stuk extra vermogen dat zij op enig moment te gelde kunnen maken,
bijv. bij verkoop van de woning of tussentijds door het verhogen van de
hypothecaire lening. Hieraan zijn fiscale gevolgen verbonden die
afhankelijk zijn van de wijze waarop de lening wordt aangewend.
Vanaf 1 januari 2001 is rente slechts aftrekbaar indien de lening is
aangegaan voor aanschaf, onderhoud of verbetering van de eigen woning.
Indien in verband met overwaarde de lening wordt verhoogd en benut voor
andere zaken, zoals beleggen of de aanschaf van consumptiegoederen, dan
is de rente niet aftrekbaar. De lening wordt wel in Box 3 als schuld in
aanmerking genomen. Dit geldt ook voor leningen, afgesloten vóór 1
januari 2001. Voor leningen, aangegaan vóór 1 januari 1996,
geldt een overgangsregeling. Rente voor deze leningen wordt
steeds aangemerkt als hypotheekrente, mits de lening een hypothecaire
lening is. De rente blijft dan aftrekbaar, ongeacht de aanwending van
de lening.
Met ingang van 1 januari 2004 is de bijleenregeling van kracht
geworden. Indien bij verkoop van de oude woning overwaarde vrijkomt,
mag de nieuwe woning nog wel volledig met een lening worden
gefinancierd, doch de rente is dan niet meer volledig aftrekbaar.
Elders op onze site vindt u meer informatie over de werking van de
bijleenregeling. Vraag & antwoord
bijleenregeling Belastingplan 2004.
Het is dus nog wel mogelijk om de overwaarde van de woning voor andere
zaken dan de eigen woning te benutten. De hypothecaire lening kan
aantrekkelijk zijn, omdat deze lening een relatief lage rente kent.
Uiteraard dient de soort lening afgestemd te zijn op het doel waarvoor
deze wordt aangegaan.
Terug naar Eigen Huis en de fiscus